Stuko

Project Student Kwalificatie Onderwijs, kortom StuKO

Introductie
Het doel van dit project is om studenten die onderwijs verzorgen op hun instelling, goed daarop
voor te bereiden met behulp van didactische trainingen. Daarnaast wordt gestreefd naar
opschaling van een aantal van deze activiteiten naar een landelijk erkende kwalificatie voor
student-docenten. Gedacht wordt aan landelijk afgesproken kwaliteitscriteria waarbij de
instellingen vrij zijn om de trainingen in te richten naar eigen inzicht. Vergelijkbaar met
de wederzijdse erkenning van de BasisKwalificatie Onderwijs voor docenten in VSNU-verband,
wordt gewerkt aan landelijk erkende toetsing en certificering en een peerreviewstructuur
voor wederzijdse erkenning.
Hogescholen en universiteiten in Nederland kennen verschillende vormen waarin studenten
worden ingezet om (onderdelen van) onderwijs te verzorgen. De voorbereiding die studenten
krijgen, verschilt per opleiding/faculteit in vorm en omvang en leidt soms wel, maar vaak niet

Hogescholen en universiteiten in Nederland kennen verschillende vormen waarin studenten
worden ingezet om (onderdelen van) onderwijs te verzorgen. De voorbereiding die studenten
krijgen, verschilt per opleiding/faculteit in vorm en omvang en leidt soms wel, maar vaak niet

tot een kwalificatie. Een mooi voorbeeld komt van het Universitair Medisch Centrum Utrecht
dat sinds vijftien jaar een onderwijsstage kent die resulteert in een Studenten Kwalificatie Onderwijs (StOK). Dit initiatief heeft vooral navolging gekregen bij andere UMC’s.

Studenten worden echter steeds meer en breder ingezet bij onderwijsactiviteiten,

mede door de extra middelen vanuit het studievoorschot.

Om de kwaliteit van het onderwijs te waarborgen en studenten-docenten te helpen

bij deze -niet altijd eenvoudige- taak, is het belangrijk hen goed voor te bereiden op de taak

die hen wordt toevertrouwd.


Meerwaarde van student-docenten

Het student-docentschap heeft meerwaarde voor zowel het onderwijs als voor de student

docenten zelf. Zo staan student-docenten dichter bij de student en spreken ze dezelfde taal,
waardoor zij het perspectief van studenten vaak beter begrijpen. Zowel de docent-supervisors
als de studenten zijn tevreden over de kwaliteit van deze ‘student-docenten’ (Ten Cate, 2007). Uit
recent onderzoek blijkt bovendien dat studenten die ingezet zijn in het onderwijs – in bepaalde
contexten – bijna net zo effectief zijn als seniordocenten (Feld, Salamanca & Zölitz, 2019).
Student-docenten krijgen op hun beurt de kans om kennis te maken met onderwijs geven en af
te tasten of dat bij hen past. Het draagt bij aan
de ontwikkeling en het arbeidsmarktperspectief van studenten. Bovendien weten we dat
degenen die lesgeven, uitleggen en feedback geven daar zelf ook veel van leren (Hattie,
2011). Daarnaast zou het student-docentschap interesse kunnen wekken voor een loopbaan in
het onderwijs, wat aansluit bij alle activiteiten die worden ondernomen om het lerarentekort
tegen te gaan. Zo is dit student-docentschap een van de vele bijdrages aan het erkennen en
waarderen van diversiteit aan (academische) carrières in het HO.

Projectactiviteiten
Het hier voorgestelde project moet resulteren in een landelijk erkende onderwijskwalificatie voor
student-docenten. Daaronder wordt verstaan: landelijk erkende toetsing en certificering en een
reviewstructuur voor wederzijdse erkenning van een aantal breed gedragen trainingsmodules
van verschillende omvang. Het project start met het inventariseren en delen
van good practices en onderzoeksliteratuur t.a.v. onderwijs door student-docenten. Vervolgens
wordt een landelijke onderwijskwalificatie voor student-docenten ontwikkeld en vastgesteld.
Hiertoe worden drie deelprojecten voorgesteld.

Deelproject I: Inventariseren en kennisdelen
In dit deelproject wordt geïnventariseerd welk onderwijs momenteel door studenten gegeven
wordt aan universiteiten en hogescholen, hoe deze student-docenten daarop worden
voorbereid en hoe eventuele certificering wordt vormgegeven. Ook buitenlandse instellingen
worden hierin meegenomen. Verder wordt een literatuurstudie naar de meerwaarde van
student-docenten uitgevoerd.

Opbrengsten:

  • Een inventarisatie van ca. 30 good practices. Dit dient ter inspiratie en basis voor het
    ontwikkelen van een landelijke onderwijskwalificatie voor een aantal modules.
    De opgehaalde praktijken waarin studenten onderwijs geven en hoe deze student-docenten
    voorbereid worden, zal via onderwijskennis.nl landelijk ontsloten worden.
  • Een literatuurstudie. Deze zal ook ontsloten worden via onderwijskennis.nl voor landelijke
    Daarnaast wordt getracht de opbrengsten van dit gehele project te
    dissemineren door middel van een (vak)publicatie.
  • Om kennisdeling te optimaliseren, wordt een symposium georganiseerd over onderwijs
    door student-docenten.

Deelproject II: Pilots
Enkele instellingen met (al bestaande of op te zetten) voorbereidingsactiviteiten voor student-
docenten, participeren in werkgroepen waarin pilots van trainingsmodules, toetsinstrumenten
en toetscriteria worden (her)ontwikkeld en getest. De inventarisatie en het literatuuronderzoek
dienen als inspiratie en basis. Gezien het werk waarvoor student-docenten worden ingezet, zal
de focus liggen op uitvoering van onderwijs, wellicht aangevuld met modules over
onderwijsontwerp, toetsing en feedback, en reflectie op het eigen docentschap.

Opbrengsten:

  • Uitgewerkte (leeractiviteiten voor) trainingsmodules, waarbij onderscheid wordt gemaakt
    tussen korte (één dagdeel), middellange (twee tot vier dagdelen) en lange modules (vijf
    dagdelen tot bv 6-weekse stage)
  • Toetsinstrumenten met beoordelingscriteria
  • Richtlijnen voor beoordelaars

Deelproject III: Ontwikkelen van een landelijke onderwijskwalificatie voor studenten
De pilots worden doorontwikkeld naar een landelijk niveau met behulp van een landelijk
raamwerk van (modulair) trainingsaanbod en (deel)certificaten. Daarnaast wordt een
peerreview ontwikkeld en uitgevoerd waarmee de pilots worden gereviewd. Dit zorgt tevens
voor afstemming en draagvlak.

Opbrengsten:

  • Een ontwikkeld en getest reviewinstrument voor wederzijdse erkenning
  • Landelijke afspraken voor erkenning van student-docenten in de vorm van minimale inzet
    (tijdsinvestering) en waardering (studiepunten; micro-credentials)
  • Plan van aanpak voor duurzame verankering
  • Ten behoeve van de landelijke erkenning wordt een commissie van peerreviewers
    De commissie zal na afloop van het project doorgaan als reguliere peerreview.
    Deze drie deelprojecten staan niet los van elkaar, maar zullen tezamen een iteratief proces
    doorlopen van ontwikkelen, uitvoeren en evalueren, waarin de inventarisatie de pilots en
    landelijke erkenning voedt en vice versa. De inrichting van de projectorganisatie zorgt voor een
    wisselwerking tussen de werkgroepen. Gestreefd wordt naar deelname van een breed aantal
    universiteiten en hogescholen in Nederland. Ook vertegenwoordigers van OCW en het ISO zijn
    aangesloten bij dit initiatief. Instellingen kunnen in de opstartfase aansluiten, maar ook op
    verschillende momenten tijdens het project wordt instellingen die mogelijkheid geboden.

Projectorganisatie
Projectgroep
De leiding van het project is in handen van de projectgroep. Deze projectgroep regisseert en
houdt overzicht. De projectgroep bestaat uit een student, de projectleider en de voorzitters van
drie werkgroepen.

Werkgroepen

De drie werkgroepen zijn: de werkgroep Inventariseren en kennisdelen (WG1), de werkgroep
Pilots (WG2) en de werkgroep Ontwikkelen van een landelijke onderwijskwalificatie voor
studenten (WG3), conform de deelprojecten hierboven beschreven. Zij maken de inventarisaties,
ontwikkelen en evalueren de pilots en ontwikkelen de peerreview en landelijke erkenning van de
kwalificaties. In iedere werkgroep nemen docenten, studenten en student-opleiders zitting.
Vanwege het onderwerp van het project, zal fors ingezet worden op een gelijkwaardige samenwerking
met studenten. De frequentie waarmee de werkgroepen bij elkaar komen

Consortium

De projectgroep legt verantwoording af aan een klein consortium van enkele universiteiten en
hogescholen. Deze groep wordt gezien als ‘sponsor’, niet in de zin van financiering, maar in de
zin van onderschrijven en promoten van het belang van het project en het creëren van beweging
indien en waar nodig. Daarnaast is mandaat nodig van de verschillende instellingen bij landelijke
erkenning en certificering.

Klankbordgroep
Voor het project wordt een klankbordgroep samengesteld met een brede vertegenwoordiging
van instellingen, functies en belanghebbenden. Deze klankbordgroep kijkt mee, denkt mee en
voorziet de plannen van feedback.

Frequentie van bijeenkomsten
De projectgroep komt ca. éénmaal per maand bij elkaar, deels online, deels op locatie.
De werkgroepen bepalen frequentie van bijeenkomen zelf, in overleg met de projectleiding.
Het consortium komt twee maal per jaar bij elkaar, en wordt daarnaast geraadpleegd indien
nodig.
De klankbordgroep zal met enige regelmaat gevraagd worden feedback te geven op producten
en voorgestelde werkwijze.
Na twee jaar volgt een tussenevaluatie en na vier jaar een eindevaluatie.

projectleiding Karin Smit (k.smit@uu.nl)

Nieuws

Niets gevonden.

Agenda

Geen items